Masking, burn-out en neurodivergentie: waarom je medewerkers harder vechten dan je denkt (en hoe je dat voorkomt)

Veel neurodivergente medewerkers lopen op vermoeidheid die je niet in de cijfers ziet.

De reden? Masking.

Dat is het voortdurende verbergen of aanpassen van hun ‘anders-zijn’ om geaccepteerd te worden. Op de korte termijn werkt het misschien, maar op de lange termijn kan het uitputting, stress en zelfs een burn-out veroorzaken.

Wat zegt de wetenschap over masking?

Masking, of camoufleren, is zorgvuldig gedrag: mensen onderdrukken natuurlijke manieren van denken, stimming of sensorische reacties, om “normaal” over te komen. Onderzoek laat duidelijk zien dat masking gekoppeld is aan chronische stress en gevoelens van verlies van identiteit.

In de werkomgeving geven neurodivergente medewerkers aan dat masking hen letterlijk energie kost:

“Masking kost veel energie en ik raak snel overspannen.” — zeggen deelnemers aan een onderzoek over werkplekervaringen.

Dat terugkerende verbergen van wie je bent, gecombineerd met werkdruk, kan leiden tot wat onderzoekers noemen “autistisch burn-out”: mentale en fysieke uitputting, verminderde functie, en soms terugtrekking of langere ziekteperiodes.

Hoe het ontstaat

Uit onderzoek van preprint blijkt dat burn-out onder neurodivergente medewerkers vaak niet alleen een individueel probleem is, maar een systeemprobleem. De combinatie van hoge werkdruk (constante sociale aanpassing, rigide taakstructuren) en onvoldoende middelen (zoals onregelmatige ondersteuning, geringe autonomie) werkt uitputtend.

Masking wordt dan geen ‘keuze’, maar een noodzakelijke copingstrategie: Een manier om te overleven in een systeem dat niet voor hen ontworpen is.

Wat organisaties wél kunnen doen

Goed nieuws: het is allemaal makkelijker dan je denkt.

  1. Psychologische veiligheid creëren
    Geef mensen ruimte om zichzelf te zijn. Bied training aan over neurodiversiteit, bespreek masking open en eerlijk, en moedig leiders aan om actief veilige plekken te creëren waar medewerkers zich kunnen uitspreken.

  2. Duurzame aanpassingen inbouwen
    Vergeet incidentele één-keer oplossingen. Die zijn leuk, maar leveren in de praktijk weinig op. Werk aan structurele aanpassingen: stille ruimtes, flexibele taskstructuren, duidelijke communicatie. Wanneer aanpassingen consistent zijn, nemen de mentale lasten af en daalt het masking-gedrag.

  3. Begeleiding en melding ondersteunen
    Stel processen in waarbij medewerkers veilig kunnen aangeven wat ze nodig hebben, zonder angst voor stigma. Maak aanpassingen geen gunst, maar gewoon onderdeel van hoe je organisatie werkt. Niet afhankelijk van een toevallig begripvolle manager, maar stevig ingebouwd in jullie processen en cultuur.

  4. Burn-out monitoren vanuit inclusieperspectief
    Meet niet alleen verzuim of verloop, maar let ook op signalen van chronische uitputting. Praat met (neurodivergente) medewerkers over hoe ze zich voelen, wat hen leegtrekt, en hoe je samen kunt voorkomen dat masking hen opbrandt.

Waarom dit loont?

Als je stopt met alleen symptoombestrijding en begint met het bouwen van een inclusieve cultuur, verlaag je het risico op burn-out en houd je je talenten. Neurodivergente medewerkers kunnen dan bijdragen met al hun kracht zonder zichzelf op te geven.

Hulp nodig om dit in je organisatie te laten landen? Let's go.

Geen zorgen, even kletsen kost niks.

Next
Next

Het neurodiversiteitsrisico dat je niet ziet (maar wel betaalt)